Page 6

Gezond_Idee_nr2_2020

maken. Die geïnstrueerde cellen werden vervolgens geïmplanteerd in de patiënt. Omdat niet elke patiënt hetzelfde was, waren de resultaten in eerste instantie wisselend, maar ondertussen worden er wereldwijd heel veel mensen mee geholpen. Het lichaam als leermeester Zo fungeert het lichaam dus zelf als leermeester en wordt het herstelmechanisme geactiveerd met behulp van lichaamseigen stamcellen en geschikte biomaterialen. Concreet gaat dat zo in zijn werk: op een drager (in een vorm die straks in het lichaam gewenst is) laat men in het lab cellen groeien. Zo ontstaat een weefseltje dat half organisch en half kunstmatig is. Vervolgens wordt het weefseltje inclusief 6 gezond idee dragermateriaal geïmplanteerd waarna het lichaam de ‘training’ van de weefselcellen voor zijn rekening neemt. Cellen herkennen het oppervlak waarop ze worden geplaatst en geven het kapotte weefsel of een kapot orgaan een prikkel zodat het zichzelf gaat vernieuwen. Er is dragermateriaal dat vanzelf helemaal oplost en er is dragermateriaal dat in het lichaam achterblijft als dat nodig is ter ondersteuning. In beide gevallen hoop je dat deel van het orgaan dat niet meer functioneert zoals het hoort, een duwtje in de goede richting te kunnen geven. Zodat het geheel langer goed blijft. Grote beloften De mens is geen salamander, we zullen altijd voor een deel kunst- en hulpmiddelen nodig blijven hebben, denken de onderzoekers. Maar op het gebied van het bewegingsapparaat, denk aan het vervangen van versleten heupen en knieën, is de regeneratieve geneeskunde in Nederland nu al heel erg goed. Ook voor hart- en vaatziekten heeft het zich bewezen, zoals bij de vorming van nieuwe hartkleppen. En een aantal andere gebieden komt er snel aan. Regeneratieve geneeskunde draagt grote beloften in zich voor mensen met een ziekte, slijtage van of letsel aan hun lichaam of slechte genen. Het kan ervoor zorgen dat mensen genezen en hopelijk kan het in de toekomst zelfs (chronische) ziekten helpen voorkomen. Wat kan er allemaal met regeneratie? Op een aantal terreinen, bijvoorbeeld botweefsel, heeft de regeneratieve geneeskunde zich al duidelijk bewezen. Andere toepassingen bevinden zich nog grotendeels in een experimentele fase. Een paar voorbeelden. Huid: in het laboratorium worden cellen uit dode donorhuid opgekweekt. Na drie weken ontstaat zo een volledig stukje huid. In principe is de huid zo groot te maken als nodig is. De huid wordt succesvol gebruikt voor het dichten van chronische wonden of brandwonden. Hartklep: er wordt gewerkt aan een implantaat dat na plaatsing in het lichaam cellen aantrekt die zich ontwikkelen tot een nieuwe, gezonde hartklep. Nier: donornieren worden in het laboratorium opgekweekt met stamcellen van een patiënt in de hoop dat die nieren na implantatie langer meegaan. Bloedvat: uit menselijke cellen wordt een mal voor een bloedvat gekweekt dat eenmaal in het lichaam van nierpatiënten geleidelijk wordt omgevormd tot een lichaamseigen bloedvat. Modelembryo’s: met stamcellen van muizen wordt een kunstmatig embryo gecreëerd dat bijna identiek is aan een natuurlijk embryo en dat zich kan innestelen in een baarmoeder. Daardoor kan nu (in diermodellen) de allereerste fase van het leven worden onderzocht. Dr. Peter Emans, orthopedisch chirurg aan het Maastricht UMC+ HOE JONGER, HOE BETER ‘Binnen de orthopedie hebben wij al jaren ervaring met de kruisbandreconstructie, een voorbeeld van regeneratieve geneeskunde. We pakken dan een andere pees en zetten die op de plaats van de oude kruisband. Die pees verandert en neemt de functie van de kruisband over, wordt als het ware als kruisband herboren. We komen er echter steeds meer achter dat vooral de – biologische – leeftijd van de patiënt belangrijk is voor de vraag of een beschadigd orgaan wel of niet herstelt en niet zozeer de staat van het weefsel. Hoe jonger, hoe beter het herstel. Bij kinderen lukt het ’t best; die zijn zelf tot op zekere hoogte regeneratief. Als een kind zijn sleutelbeentje breekt, is dat veel sneller genezen dan bij volwassenen. Die doen het tegenovergestelde van regenereren: ze degenereren. Alles wordt slechter. Organen herstellen dan ook veel sneller als die het niet door ouderdom hebben opgegeven, maar door iets anders. In mijn vakgebied hebben we echter meestal te maken met degeneratie waarbij ouderdom een grote rol speelt. Dan wordt regenereren lastiger. Bij een kraakbeendefect in de knie verrichten we bij jonge mensen een kraakbeentransplantatie. Uiteindelijk komt het eigen kraakbeen dan weer terug. Boven de leeftijd van circa 45 jaar kun je echter wel cellen terugzetten in het lichaam, maar de omgeving is dan te vijandig – lees: te oud. Dan hebben die nieuwe cellen het moeilijk en doen ze mogelijk niks. In zo’n geval vullen we het gat in het kraakbeen met een kunstimplantaatje waardoor de rest minder hard slijt. Je doet dan een ingreep om een orgaan te ondersteunen en het verval stop te zetten of enigszins terug te draaien. De vraag is of je dat nog regeneratieve geneeskunde kunt noemen. Wij vinden van wel omdat het kraakbeen eromheen er soms zelfs beter door wordt. Maar het maakt wel duidelijk dat er in ons vakgebied een grens zit aan het regenereren. Op een gegeven moment stort de carrosserie helaas toch in.’


Gezond_Idee_nr2_2020
To see the actual publication please follow the link above