Page 5

Gezond_Idee_nr2_2020

Wat als zieke of beschadigde weefsels zichzelf zouden kunnen vernieuwen? Zoals een salamander zijn verloren staart weer aan kan laten groeien? Regeneratie heet dat en regeneratieve geneeskunde houdt zich precies daarmee bezig: het zelfherstellende vermogen van lichaamscellen en lichaamsweefsels en zelfs organen. Met tot nu toe veelbelovende resultaten. ZO GOED ALS NIEUW gezond idee 5 Het is een fascinerend medisch vakgebied, regeneratieve geneeskunde. Op het snijvlak van wetenschap en technologie werken artsen en onderzoekers samen, ook binnen het Maastricht UMC+, aan nieuwe behandelingen die profiteren van het zelfherstellende vermogen van het lichaam. Nu nog wordt bij de meeste medische behandelingen beschadigd lichaamsweefsel vervangen of van buitenaf gerepareerd, maar regeneratieve geneeskunde richt zich op vernieuwing en herstel – regeneratie – van de zieke, beschadigde of falende cellen, weefsels en organen zelf. Het is niet zo moeilijk om je voor te stellen waar dat in de toekomst allemaal toe kan leiden. Het genezen van chronische ziekten bijvoorbeeld, waardoor de levens van miljoenen mensen verbeterd zouden kunnen worden. En levenslange dure zorg overbodig zou worden. Falende organen, zoals nieren, zouden kunnen worden vervangen zonder de noodzaak van donoren. En kunstmatige implantaten, zoals een kunsthartklep, kunnen dan worden vervangen door implantaten van lichaamseigen materiaal. Implantaten die niet worden afgestoten door het lichaam of slijten, en die dan na een tijd weer vervangen moeten worden met een nieuwe operatie. En als we helemaal ver door denken: als we falende of beschadigde onderdelen van ons lichaam kunnen vervangen door nieuwe exemplaren, kunnen we misschien wel veel langer vitaal blijven en zo op een plezierige manier veel ouder worden. Stamcellen in de hoofdrol Het zijn high-tech technieken die in de regeneratieve geneeskunde worden ontwikkeld om nieuwe weefsels te maken. Vaak bestaan die weefsels uit een combinatie van lichaamseigen cellen en ondersteunende biomaterialen. Stamcellen spelen daarbij een cruciale rol. Zij zijn alleskunners en kunnen transformeren tot specifieke cellen van bijvoorbeeld de lever, het kraakbeen of de huid. Daardoor kunnen ze beschadigde of afgestorven cellen van diverse organen vervangen. Maar zij fungeren ook als dirigent en kunnen andere cellen instructies geven over wat zíj moeten doen om iets te repareren in het lichaam. Omdat stamcellen ook nog relatief makkelijk te kweken zijn, dacht men aan het einde van de vorige eeuw hele organen te kunnen kweken in het lab met ‘tissue- engineering’. Een gezond weefselbiopt van de patiënt (waarbij een klein stukje weefsel uit het lichaam verwijderd wordt) zou in het laboratorium uit kunnen groeien tot volwassen orgaan en dan worden geïmplanteerd. Met lichaamseigen materiaal is het risico op afstoting van zo’n implantaat en van ontstekingsreacties minimaal, dé grote nadelen van donortransplantaties en kunstimplantaten. Bovendien zou het een oplossing zijn voor het nijpende tekort aan geschikte donororganen. Helaas bleek ‘tissue-engineering’ voor de meeste organen niet te werken. Nieuw weefsel moet je namelijk ‘trainen’, zodat het past bij de omgeving in het lichaam waar het terechtkomt, zo is gebleken uit onderzoek. Instructies geven aan cellen Dat ‘trainen’ gebeurt met zogenaamde bioinstructieve materialen: die werken niet alleen samen met het lichaam, maar geven cellen in hun omgeving ook instructies om iets te doen. Onderzoekers van het Maastricht UMC+ behoorden tot de eersten op de wereld die volwassen stamcellen samen met bio-instructieve materialen gebruikten om bot te repareren. Er werd beenmerg van de patiënt genomen, de stamcellen daarin werden vermenigvuldigd en van de instructie voorzien om bot aan te


Gezond_Idee_nr2_2020
To see the actual publication please follow the link above